Interactieve oefeningen

Oefeningen van A1 tot C2 – maak ze meteen en weet meteen of het goed was. Gebruik het filter om de oefeningen te vinden die je wilt doen. Hier heb je geen Action Points nodig.

Terugzetten
Niveau: A1×

Filters

Grammatica
Niveau
Soort oefening
Vaktaal
Woordenschat

231 oefeningen

A1 · Invultekst

Wer trägt welche Kleidung gern?

KledingBezittelijke voornaamwoorden
A1 · Meerkeuze

Wer hat das gemacht?

Persoonlijke voornaamwoordenVoltooid tegenwoordige tijd
A1 · Meerkeuze

Welches Wort passt nicht zu den anderen?

Algemeen
A1 · Meerkeuze

Welches Wort passt?

Levensmiddelen
A1 · Meerkeuze

Welches Wort passt?

Algemeen
A1 · Meerkeuze

Welches Wort gehört in welchen Satz?

Algemeen
A1 · Meerkeuze

Welcher Artikel ist richtig?

Lidwoorden
A1 · Meerkeuze

Welcher Artikel ist richtig?

Lidwoorden
A1 · Invultekst, Dictee

Welche Zahlen hören Sie?

Getallen
A1 · Meerkeuze

Welche Verbform passt?

VervoegingTegenwoordige tijd
A1 · Meerkeuze

Welche Präposition ist richtig?

Voorzetsels
A1 · Meerkeuze

Welche Präposition ist richtig?

Voorzetsels
A1 · Meerkeuze

Welche Frage passt?

Jezelf voorstellenTegenwoordige tijd
A1 · Koppelen

Welche Antwort passt zu welcher Frage?

Vragen en antwoorden
A1 · Koppelen

Was passt zusammen?

FamilieVrije tijdWeer
A1 · Zinsbouw

Was nehmen Sie in den Urlaub mit?

VakantieTegenwoordige tijd
A1 · Zinsbouw

Was möchten Sie?

Modale werkwoorden
A1 · Meerkeuze

Was magst du?

Tegenwoordige tijd
A1 · Meerkeuze

Was kann man hier machen?

ActiviteitenModale werkwoorden
A1 · Invultekst, Dictee

Was hat welche Farbe?

KledingKleurenUitgangen van bijvoeglijke naamwoorden
A1 · Invultekst

Was hat Marc in Berlin gemacht?

Voltooid tegenwoordige tijd
A1 · Koppelen

Was gehört zusammen?

Boodschappen doenPlaatsen in de stad
A1 · Meerkeuze

Was essen die Menschen gern?

Levensmiddelen
A1 · Koppelen

Vorspeise, Hauptgericht, Dessert oder Getränk?

LevensmiddelenRestaurant

Zuletzt aktiv (1):